1 dag Parijs: de Thalys, een 2CV-tour en rennen maar

In de verte zie ik het topje van de Eiffeltoren boven de hoge bomen uitsteken. De toren ligt niet op mijn looproute maar trekt mij als een magneet naar zich toe. Deze bijzondere aantrekkingskracht kan ik niet weerstaan. Routes zijn er om vanaf te wijken en ik ren tenslotte niet elke dag in Parijs. Ik sla links af, zet mijn verstand op nul en ren richting de magische stalen toren!

De Thalys

Vandaag ben ik met een groep mede-reisagenten een dag op studiereis in Parijs. Al bijna twintig jaar werk ik in de reiswereld, maar ik heb nog nooit in de Thalys gezeten. Heerlijk comfortabel reis ik vanaf Amsterdam met de flitsend rode snelle trein en voor ik het weet sta ik ruim drie uur later op treinstation Gare du Nord, midden in de Franse hoofdstad. Ik kijk bewonderend naar de prachtige standbeelden op de gevel van Gare du Nord. De terrasjes zijn al druk bezet deze ochtend. Talloze toeristen genieten tussen de Parijzenaars van een kopje koffie met een krantje en een croissantje.

Parijs, de Thalys

Milieuvriendelijke airco

Vier rood-wit-blauw gekleurde 2CV’s (beter bekend als lelijke eendjes)  staan voor ons klaar. Ruim twee uur hobbelen, schokken en stoten we in onze bolide met chauffeur Yves, compleet met alpinopet, langs de mooiste plekjes van Parijs. We rijden met milieuvriendelijke airco (open dak) en als we stil staan in het drukke verkeer voelt het alsof we gebakken en gebraden worden, zo warm is het. Hoe vaak Yves, “oeh-la-la” zegt weet ik niet, maar ik vind het alle keren geweldig klinken.

Hardloopoutfit aan

“Sorry,  ik denk dat ik nu moet gaan als ik nog wil gaan hardlopen.” Twaalf paar grote ogen kijken mij aan. “Respect Esmar, ik doe het je niet na”, zegt een van mijn medereizigsters. Als ik even later het lunchcafé Ruc uitstap, in hardloopoutfit met rugzak vol met schone kleren, denk ik zelf ook dat ik gek geworden ben. Wie gaat er nu als hij twee uur vrije tijd heeft midden op de dag met 30 graden rondrennen in Parijs?

Het Louvre

Ik rek mijn kuiten tegen de rijk gedecoreerde metalen lantaarnpaal met vier lichtkoepels met kroontjes. Dat is weer eens wat anders dan die grijze palen thuis. Hardlopend ga ik langs hordes toeristen die in de rij staan om de kunstschatten van het Louvre te ontdekken. Het Louvre was oorspronkelijk een middeleeuws fort en is nu een van de grootste musea ter wereld. Van onze gids Yves heb ik vanmorgen gehoord dat je twee levens nodig hebt om alles in het museum te zien, dus daar begin ik maar niet aan. Mijn voorkeur gaat uit naar de entree van het museum, de glazen piramide die als een diamant staat te stralen in de zon.

Jardin les Tuileries

Ik verlaat de binnenplaats van het Louvre en ren door de toegangspoort van het grootste park van de stad: Jardin des Tuileries. Het park was heel vroeger een groeve voor dakpannen van klei. Klei is in het Frans Tuilerie, vandaar de naam. Het is warm en veel mensen zoeken verkoeling bij de bassins en de fonteinen. Iedereen zit gezellig schots en scheef door elkaar op stoeltjes, op het gras of op de rand van de bassins en geniet van de zon. Het park heeft een breed hoofdpad van fijn zand en grind en ondanks dat er geen schaduw is op het pad loop ik heerlijk. Ik zie veel Afrikanen in glimmende gewaden die hun blinkende nepgoud en snuisterijen proberen te slijten aan koopgrage toeristen.

De betoverende Seine

Dan kom ik bij Place de la Concorde, waar het een wirwar van auto’s is. Als een echte Française steek ik met gevaar voor eigen leven over en sla links af over de brug Pont de la Concorde, die mij aan de andere kant van de rivier de Seine brengt. Ik sta stil voor een stoplicht, normaal heb ik hier een hekel aan als ik aan het rennen ben maar nu is het een perfect moment om een slokje water te nemen. Ik neem een pad dicht langs het water om zoveel mogelijk het idee van verkoeling te hebben. De Seine stroomt dertien kilometer dwars door de stad en ziet er betoverend uit met haar prachtige bruggen.

Gouden beelden van gevleugelde paarden

Achtereenvolgens passeer ik de bruggen Pont Alexandre III en Pont des Invalides. Pont Alexandre III is adembenemend mooi met de gouden beelden van gevleugelde paarden die door de felle zon zo fel blinken dat ze bijna licht uitstralen. Mijn bedoeling was om richting de Arc de Triomphe te rennen en dan via de Champs-Élysées terug, maar ik besluit bij de volgende brug Pont de l’Alma toch linksaf te slaan en richting de Eiffeltoren te rennen. Achter mijn zonnebril prikken de zoute zweetdruppels in mijn ogen, dat kan ook niet anders bij deze hitte. Op gevoel loop ik, dan eens links en dan eens rechts afslaand, straatjes in richting het topje van mijn favoriete toren die steeds dichterbij komt.

Parijs, Pont Alexandre III

Poetin niet welkom

Vlakbij de Eiffeltoren zie ik de nieuwe Russisch orthodoxe kerk met de vijf gouden koepels. De kerk zou in de zomer van 2016 geopend worden door Poetin maar door de gespannen verhoudingen tussen Frankrijk en Rusland in verband met de aanvallen op Syrië was de Russische president niet welkom in Parijs. De opening vond plaats zonder hem. Via een zijstraatje bereik ik dan eindelijk het belangrijkste bouwwerk van Parijs. Ik heb de toren al vele malen mogen aanschouwen maar ik blijf het alle keren bijzonder vinden.

A view to a kill

Ik stop even om een foto te maken. Mijn benen voelen zwaar door de warmte, maar ik ben blij dat ik toch hier naartoe ben gerend. Het beeld van de James Bond film “A View to a Kill” uit 1985 met de gelijknamige titelsong van de toen favoriete band Duran Duran staat op mijn netvlies gegrift. Zangeres/actrice Grace Jones wordt op de trappen van de Eiffeltoren achtervolgd door James Bond en springt dan plots met een parachute de toren af, geweldig.

Ik ren rustig om de toren heen en kijk op mijn gps-horloge. Ik heb ongeveer vier kilometer gerend, daar kan nog wel wat bij. Op naar de Arc de Triomph dan maar. Ik steek de Seine over, klim de trappen op van Trocadéro en ren langs alle toeristen die lustig foto’s maken richting de grote straat Avenue Kieber. Nog een keer kijk ik glimlachend achterom naar La Tour Eiffel, het beeld verveelt nooit.

Parijs, de Eiffeltoren

De Arc de Triomphe

Avenue Kieber is een lange straat en even twijfel ik of ik goed ga. “Oui Madame, l’Arc de triomphe est là”, zegt een charmante Fransman wanneer ik hem vraag of ik de goede kant op loop. Ik passeer veel hotels en grote gebouwen, maar verder observeer ik niet scherp meer. Door de warmte bevangen loop ik drie kilometer rechtdoor een beetje op de automatische piloot. Dan zie ik de triomfboog, gebouwd in opdracht van Napoleon ter ere van de militaire successen van het Franse leger begin 19e eeuw.

Verkeerde straat

Vanaf de triomfboog kun je kiezen uit twaalf grote straten. De tijd begint te dringen maar ik denk dat ik het laatste stuk naar Gare du Nord rennend af kan. Helaas kom ik er iets te laat achter dat ik de verkeerde straat heb genomen. “Oeh, dat is ver rennen naar het station, ik zou een metro nemen”, krijg ik als advies van een behulpzame oudere Parisienne. Bij station Saint-Lazare aangekomen heb ik ruim negen kilometer gelopen en besluit ik dat het genoeg is. Over drie kwartier moet ik bij het station zijn en ik moet me ook nog ergens opfrissen. Ik kan niet meer helder denken met mijn bezwete hoofd, maar weet uiteindelijk in de RER-trein naar Gare du Nord te belanden voor de reis naar huis.

Parijs, de gelopen route

Wat een heerlijk dagje Parijs. Ik heb nooit geweten dat je zoveel kunt doen op één dag.

Esmar van Langen

Esmar is 40-plusser, moeder en verslaafd aan hardlopen en reizen. Ooit gaat ze de hele marathon lopen...

More Posts

Follow Me:
Facebook

Dit vind je ook leuk

2 reacties

    1. Bedankt voor je leuke reactie Carl. Het genoegen was geheel wederzijds. Ik blijf je volgen via je website en wellicht tot ziens op een andere studiereis!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *