Op zoek naar Pietje Potlood in De Meije

De dauw hangt nog over de velden en de druppels versieren de spinnenwebben aan de hekken. Het is immers het hoogseizoen van deze voor sommigen angstaanjagende beestjes. Het enige geluid dat ik hoor is het getsjirp van een vogel. Wat jammer dat ik niet kan herkennen welke het is. “Kijk daar!”, zegt Johanna en ze wijst naar een reiger bovenop de lantaarnpaal. In de verte zie ik Pietje Potlood. We zijn nog maar een paar meter onderweg en ik weet nu al: dit wordt een mooi rondje.

De Meije

Met een groep meiden van mijn vocal group Little Black Dress ben ik een weekend in het lintdorp De Meije, op de grens van Utrecht en Zuid-Holland. Eerder had ik nooit van dit begrip gehoord. De term wordt gebruikt voor lange, uitgestrekte dorpen die zich, bijvoorbeeld, langs een rivier gevormd hebben. Het dorp De Meije kronkelt dan ook langs het riviertje de Meije. Zo simpel kan het leven soms zijn.

Omdat ik het zingen graag afwissel met iets sportiefs, heb ik natuurlijk mijn hardloopschoenen ook ingepakt en daarnaast een mede-enthousiasteling gevonden in de groep. Samen met Johanna snuif ik de frisse ochtendlucht van koeienmest en gras op en slingeren we met de weg mee.

Pietje Potlood

“Daar is ‘ie al!”, roep ik enthousiast wijzend naar de witte toren op links. Deze bijna 58 meter hoge watertoren is volgens Wikipedia dé bezienswaardigheid van dit dorp middenin het Groene Hart en vanwege de grappige bijnaam ben ik al een paar dagen benieuwd naar deze Pietje Potlood. Het doel is dan ook om deze reus, die door het verder vlakke landschap overal als herkenningspunt te zien is, van dichtbij te gaan bekijken. Terwijl we verder rennen verdwijnt Pietje weer achter de bomen.

We vergapen ons aan de schattige huisjes langs de weg en vragen ons af of het wat voor ons zou zijn om in een dorpje met slechts een paar honderd inwoners te wonen. “Misschien later. Echt later, als we oud zijn en alleen nog maar van de natuur willen genieten”, besluiten we allebei. Terwijl de schapen ons met hun gemekker begroeten, zie ik Pietje op rechts verschijnen. Ongemerkt slingeren we alle kanten op en ik ben mijn richtingsgevoel totaal kwijt. Gelukkig is er maar één weg naar Pietje..

Een kerk, een school en poes Dirk

We passeren een gebouw waarop staat “De oude school”. Zouden hier echt nog kinderen naartoe gaan? Wonen hier überhaupt kinderen? Ik ben zelf ook opgegroeid in een dorp, maar daar waren in ieder geval meerdere straten, drie basisscholen en zelfs een middelbare school. Misschien is dit ook wel een paradijs. Slootjespringen, koeknuffelen en een eindeloze achtertuin om door te rennen. Wie wil dat nou niet als kind?

En dan ineens is ‘ie daar: Pietje Potlood. Als een blok beton in de groene weide. Eigenlijk is hij van dichtbij best wel lelijk, maar dat maakt hem ook juist charmant. Nu zien we ook de horizontale ringen in de toren, sporen van de glijbekisting, de speciale manier waarop deze toren al ruim 80 jaar geleden is gebouwd. Ook dat heb ik natuurlijk van mijn favoriete online encyclopedie geleerd.

Een oranje kater wacht ons op op de brug en bewaakt het land rondom Pietje. Een mevrouw komt net de schuur uit. Het blijkt haar kat te zijn. “Hij heet Dirkie.” Ik vraag haar of de toren nog in gebruik is. “Ja, er zit nog steeds water in hoor. Maar niet voor lang meer. Er is wat gedoe geloof ik.” De details laten we even voor wat ze zijn. Na wat geknuffel met Dirk rennen we nog een klein stukje door naar de kerk van dit pittoreske dorpje. Nu hebben we écht alles gezien. We kunnen met een gerust hart terug naar de camping om met frisse energie onze buren te wekken met de harmonieën uit onze gouden keeltjes.

 

Dit vind je ook leuk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *